Dr. W.H.M. Smeets
Kasteel Aldengoorstraat 15E
6222 WH Maastricht
06-10751737


BTW: NL1571.76.642.B01- KvK: 14106996
ING: 3762802 - IBAN: NL 19 - PSTB 0003 7628 02 - BIC PSTBNL21
Informatie over Wiel Smeets
Onderzoek naar jongeren en hun spiritualiteit
Advies bij spirituele begeleiding van jongeren
» Beleidsonderzoek en
   beleidsadvies

» Lezingen en workshops
» Coaching van vakkrachten

Individuele spirituele begeleiding
Publicaties en lezingen
» Artikels

Boeken
» Tegenstrijdig Ongeloof
» Verleiden tot God
» Is er leven na de dood?
   + toelichtende artikels!

Advies bij spirituele begeleiding van jongeren
» Lezingen en workshops

Workshop missionaire spiritualiteit bij jongeren
Inleiding bij de workshop op het symposium 'Religieuzen en jongeren'

Missionaire religieuzen willen graag iets van hun missionaire spirituele erfgoed doorgeven aan de volgende generatie. Daarvoor zijn een aantal organisaties opgericht, waarvan de grootste 'Missie & Jongeren' (verschillende religieuze orden en congregaties participeren daaraan). Verder hebben bepaalde congregaties hun eigen organisaties voor uitzending van jongeren naar het Zuiden (Commisie SAMEN, MaZ, Missionaire Team, Missionaire Beweging, SMA).
De hamvraag van deze workshop is: hoe kun je als jongerenwerker met een zending van (een) missionaire congregatie(s) spiritueel erfgoed doorgeven?

Onderzoek vanuit spirituele hermeneutiek
Annemiek Tuytelaars schreef een doctoraalscriptie op grond van zelfportretten die jongeren in 2002 schreven ter voorbereiding van hun uitzending. Deze zelfportretten laten drie 'levensbeschouwelijke typen' zien:
1) Een kleine groep jongeren van christelijke komaf die hun christelijke inspiratie voor inzet in het Zuiden verder willen verdiepen.
2) Een grotere groep jongeren die spiritueel geďnteresseerd is en huiverig zijn voor christelijke geloofstaal omdat ze niets opgedrongen willen krijgen.
3) Een nog grotere groep jongeren die op het eerste gezicht humanistische' motieven hebben om zich in te zetten voor medemensen. Bij hen is de huiver voor christelijke geloofstaal nog iets groter.

Een case-study: Karin
Eén van de jongeren is Karin. Ik zou haar binnen de tweede groep willen plaatsen, met daarbij de aantekening dat ik dat doe op grond van studie van stukken die ze tijdens en ná haar verblijf in Zambia heeft geschreven. Op het eerste gezicht is ze een 'seculiere humaniste' (autonoom, rationeel, de mens in het centrum, ethiek op grond van wederkerigheid, geen geloof in 'meer tussen hemel en aarde').

Subjectieve secularisatie
Karins huiver voor christelijke geloofstaal valt heel goed te plaatsen tegen de achtergrond van wat de godsdienstsocioloog Berger 'subjectieve secularisatie' noemt. Haar ouders zijn ongodsdienstig en zo is ze ook opgevoed. In haar zelfportret schrijft ze:

Ik zou wel wat willen doen aan ongelijkheid, ervoor zorgen dat iedereen het goed heeft. (…) Ik ben van mening dat je jezelf ook zonder dat je een religie aanhangt ook heel nuttig kunt maken in een ander land.

Het spirituele interpretatiekader
Het is nu verleidelijk om te zeggen:
- jongeren als deze zetten zich in het Zuiden in voor belangrijke menselijke waarden als gelijkheid;
- dat is wat religieuzen ook willen, doen en gedaan hebben;
- als jongerenwerkers in opdracht van religieuzen dergelijke waarden bij jongeren voeden dan geven ze het spirituele erfgoed van religieuzen door.
     Mijn these is nu: jongerenwerkers met een zending van religieuzen hebben jongeren iets anders (meer?) te bieden dan wederkerige liefde (laag 2)! Kort door de bocht zeg ik dan: menslievend handelen van religieuzen is, in optima forma, spiritueel gevoed en gericht (laag 3).
     Ik verklaar mij nader aan de hand van het interpretatiekader dat ik vanochtend al schetste. Om tot de spirituele lagen van Karins verhaal door te dringen heb ik het interpretatiekader moeten aanscherpen. Ik had al een verticale onderscheiding in lagen (-, 1, 2, 3, 4) en ik situeerde spiritualiteit in de derde laag. Punt is nu dat deze lagen tot wezenlijk andere geloofsvoorstellingen en dus taal leiden, afhankelijk van het mensbeeld dat iemand heeft. De lagen zijn de verticale as; het mensbeeld is de horizontale as. Er ontstaat zo een 'spirituele matrix':

      (a) Seculier-humanistisch    (b) Alg. religieus    (c) Godsdienstig    (d) Christelijk
Laag
-

1

2

3

4

- Seculier-humanistisch mensbeeld: gericht op het 'binnenwereldse', de relatie met mezelf en de ander (medemens, natuur, kosmos).
- Algemeen religieus mensbeeld: gericht op de relatie met het transcendente, het Heilige, Goddelijke dat ontmoet kan worden in iedereen en alles.
- Godsdienstig mensbeeld: gericht op de persoonlijke relatie met God, volgens geijkte geloofsvoorstellingen en godsdienstige praktijken (met name Jodendom, Islam, Hindoeďsme).
- Christelijk mensbeeld: gericht op de persoonlijke relatie met God volgens geijkte geloofsvoorstellingen en godsdienstige praktijken van de (of een welbepaalde) christelijke geloofstraditie.
     Het werkt waarschijnlijk verhelderend als ik de 'spirituele matrix' toelicht aan de hand van voorbeelden.
     - Lijden onder implausibel christelijk geloof van haar kindertijd? (- d);
     - Zich daarvan afzetten? (1 d)
     - Christelijk geloven en daar vooral zin, troost, esthetisch genot uit putten? (2 d)
     - Zin ontlenen aan christelijk geloof; ontvankelijk voor wat God schenkt? (3 d)
     - Zin ontlenen aan wat de kosmos schenkt? (3 b)
     - 'Je hoeft niet religieus te zijn om je in te zetten voor je medemens' (2a).

     Er is volgens mij een groot verschil tussen 'moreel' en 'spiritueel' en kan ik nu wat helderder maken. Moraal is gebaseerd op een soort 'do ut des wederkerigheid'; 'wat gij niet wilt dat u geschied, doe dat ook een ander niet'. Dat is de tweede laag. En begrijp me goed: morele wederkerigheid is geweldig! Deze wereld zou bijna een paradijs zijn als we allemaal vanuit deze laag zouden leven (en mij lukt dat veel te weinig)! Ik zeg: bíjna een paradijs, omdat ik denk dat wij mensen tot méér in staat zijn. En dat is geen 'do ut des' meer, maar gevoed worden, geďnspireerd worden in het menslievend handelen doordat je je opent voor, ontvankelijk bent, voor de zin die zich aan je voordoet. Vanuit een godsdienstig mensbeeld zeg je dan: 'dat je geschonken wordt' (een persoonlijke relatie).
     Ik kom nu tot de kern van mijn betoog: waar het volgens mij om gaat in missionair jongerenwerk is dat jongeren zicht krijgen op hun eigen 'laag 3-ervaringen' o.a. door zich te spiegelen aan 'laag 3-ervaringen' van religieuzen. De jongeren hoeven daarvoor dus niet het christelijke mensbeeld van de religieuzen over te nemen!
     Wat hiervoor o.a. nodig is, is zicht op 'laag 3-ervaringen' van jongeren die samenhangen met een ander mensbeeld dan het christelijke of godsdienstige. En de eerder genoemde driedeling van de jongeren heeft precies hiermee te maken: de eerste heeft een christelijk mensbeeld, de tweede een algemeen-religieus en de derde een seculier-humanistisch.

Ter illustratie: Karin
Vooraf: Ze staat 'open' voor bijzondere ervaringen ('de geboorte van een baby'), andere mensen en voelt 'compassion'. Ze verbindt dergelijke gevoelens liever niet aan 'God'. Ook zonder 'een religie aan te hangen' kun je volgens haar goed werk doen.
Tussentijds: In haar tussentijdse e-mails komen vooral de lagen 1 en 2 naar voren. Ze is er wat gefrustreerd over dat ze soms het gevoel heeft 'in de weg' te lopen en een 'buitenstaander' te zijn. Toch lukt het haar ook wel om open te staan voor de mensen die ze ontmoet en veel van hen te leren (geduld, flexibiliteit). Ze hoopt bij thuiskomst haar motivatie om zich voor anderen in te zetten vast te houden.
Na terugkomst: Ook in haar verslag na thuiskomst (april 2003) komen de eerste twee lagen veelvuldig naar voren. Ze heeft veel geleerd en is extra gemotiveerd om zich voor haar medemens in te zetten. Bij deze eerste twee lagen gaat het om een humanistische inspiratie: jezelf ontplooien als autonoom subject en je, op grond van wederkerigheid, ervoor inzetten dat medemensen zich óók kunnen ontplooien als autonome subjecten.

     In het kader van deze bijdrage is het vooral interessant om in te zoemen op de derde laag. Het is duidelijk dat het hier gaat om 'seculier-humanistische zinontlening': ze vermijdt religieuze en godsdienstige verwoordingen. Ze heeft ter plekke een zeer negatieve ervaring gehad met christelijk geloof: de Nederlandse priester met wie ze te maken had, sprak zeer neerbuigend over 'ongelovigen'. Karin is, zoals eerder gezien, van mening dat je je ook zonder religie prima in kunt zetten voor je medemens.
     Interessant is nu om te zien waar er bij haar sprake is van zinontlening. Het meest pregnant komt dat naar voren bij haar ervaringen met lijden en dood. In Zambia heeft ze constant te maken gehad met lijden en dood als gevolg van armoede en AIDS. Als ze terugkomt, is ze in eerste instantie de draad kwijt. Ze twijfelt aan de zinvolheid van het leven. Ze wordt moedeloos van al dat lijden en sterven. Het leven van (jonge) mensen hier vindt ze nu meedogenloos en oppervlakkig. En dan gebeurt er iets opvallends: voor het faculteitsblad van haar nieuwe studie culturele antropologie schrijft ze een artikeltje over haar ervaringen met Mutinta, een 3-jarig meisje dat uiteindelijk aan AIDS bezweek. Ze beschrijft haar ervaringen met Mutinta. Ze beschrijft niet alleen haar boosheid en getroffenheid, maar ook de wijze waarop Mutinta voor haar op een bepaalde manier voortleeft doordat haar naam genoemd wordt, hier en nu, in dit blad. Volgens Karin hebben dergelijke kinderen vooral aandacht en liefde nodig en volgens haar ('ongelovige') vader is dat waar het om draait in het leven: om liefde. Dat is ook wat ze de kindjes heeft willen meegeven 'dat ze de moeite waard zijn':

Ik denk dat liefde de grootste kracht is. Ik denk dat het voor mij uiteindelijk ook de liefde voor andere mensen is die mij ertoe zet goede dingen te doen. Ik denk dus dat de liefde voor God in veel mensen een hele sterke kracht kan zijn om bepaalde dingen te doen, maar de liefde voor het leven zelf en voor de mensen om je heen is ook zo'n kracht. Soms ben ik wel even de liefde voor het leven kwijt en in deze tijd kan ik ook wel eens twijfelen aan de 'goedheid' van de mens, zoveel haat overal! Maar ik denk dat de liefde toch steeds overwint, die is zo sterk. Ik voel me heel erg verbonden met andere mensen en haal er zelf ook veel plezier uit om hen te helpen.

Afsluitend: zelfportretten laten goed zien wat de jongeren motiveert en ook verslagen tijdens en na hun verblijf laten veel zien. Het lijkt op het eerste gezicht zo alsof er alleen een raakvlak is tussen de jongeren en de religieuzen op het vlak van humanistische waarden. Het interpretatiekader maakt het mogelijk om ook overeenkomsten te zien op spiritueel vlak. Dat is zover als Annemiek en ik nu zijn hiermee. We gaan samen iets schrijven waarin we naast Karin ook nog een andere jongere portretteren. In die uitgave kunt u ook wat meer verwachten over wat ik het 'arrangeren' van de spirituele spiegeling heb genoemd (werkvormen).
© 2005-2015 Wiel Smeets / Feel The Fire Pages - logo-illustratie Venne Huisman - muziek ©Jos Smeets